vrijdag 26 juli 2013

Stormy SARK

Uiteindelijk op maandag 22 juli is de wind zodanig afgezwakt dat we naar het kleine eiland Sark vertrekken om daar in een mooie baai te ankeren of indien beschikbaar aan te leggen aan één van de speciaal voor toeristen neergelegde “mooringlines”, een soort vaste gele boeien waaraan je kunt vastmaken. Alle boeien zijn bezet  als we aankomen in de prachtige baai, omzoomd door hoge rotsen, maar een vriendelijke Belg nodigt ons uit naast hem te komen liggen want hij gaat toch vanmiddag vertrekken. Chrismatroos is blij, want ze heeft meer vertrouwen in een vaste boei dan in het eigen anker. Sark is een grappig eiland met 500 inwoners. Sinds 1565 wordt het door de Britse Kroon voor  1 Pond en 79 Pence verhuurd aan een “seigneur”, momenteel de heer Beaumont, die het bewind voert en belasting heft. Hij heeft jaarlijks recht op 1/13e van de inkomsten per boer plus 1 levende kip. Er is geen stemrecht, je mag niet scheiden en de wetgeving loopt 100 jaar achter. Daar wil je toch wonen……..
Zoals ik al zei zijn alle meerboeien bezet en de volgende binnenkomers moeten zelf het anker uitwerpen. Zo ook de achterbuurman, die na het ankeren met zijn gezin in de rubberen bijboot stapt en naar de wal roeit om te gaan wandelen. Eerst een hele klim de rots op, waar een prachtig uitzicht op de baai wacht en daarna nog een half uurtje lopen naar het dorp. Rob en ik liggen aan dek een beetje te lezen als tot onze schrik de buurboot steeds dichter naar ons toe lijkt te komen. Ja hoor…………. het anker is losgeslagen en de boot is op drift. Wat nu? De bemanning is naar de stad, dus nog even en het schip knalt tegen ons aan of op de rotsen! Rob en onze buurBelg springen in hun dinghy’s  (rubberen bijboot, die wij inmiddels ook opgeblazen hebben) en spoeden zich naar het schip. Door op 2 punten te trekken en te duwen slagen ze erin de ramkoers om te buigen en gelukkig komt de kapitein van het schip in zijn gemotoriseerde rubberboot aangeracet en kan het bevel over het schip overnemen. Vanaf de hoge rots had hij gezien dat zijn boot op drift was en hij was zich natuurlijk rotgeschrokken. Gelukkig liep dit avontuur goed af.
Na de Belgen uitgezwaaid te hebben gaan Rob en ik met onze bijboot naar de wal om te gaan passagieren. Gezien het grote verschil tussen eb en vloed zijn we zo verstandig de boot aan een lange lijn te leggen want de vloed komt op. Na een fikse klimpartij de rots op en een bezoek aan het stadje komen we terug bij onze dinghy die nog braaf op het water dobbert, alleen enkele meters hoger. Helaas……… de lijn waarmee we hem vastgeknoopt hebben is weliswaar lang genoeg maar het bevestigingspunt ligt inmiddels 3 meter onder water. Tsja, toch niet slim genoeg geweest. We maken de lijn aan de bootkant los en laten hem hangen zodat we toch terugkunnen naar ons schip. Die lijn halen we morgen bij eb wel op.
We maken ons klaar voor een rustig nachtje in een beeldschone ankerbaai, maar de wind beslist anders. Hij heeft bedacht om juist deze nacht na 3 weken in Noordoost te hebben gezeten, met veel geweld naar Noordwest te verhuizen. Onweer, bliksem, windvlagen, kortom noodweer!! Middenin dit geweld  slaat een Nederlander van zijn anker en probeert bij een landgenoot aan een vaste meerboei aan te leggen. Na een uur hotsen en botsen besluiten ze dat dit niet lukt en moet de arme man lossen en opnieuw een ankerplaats zien te vinden. Het gaat de hele nacht zo door en we slapen slecht door alle tumult. Chrismatroos wil de volgende dag zo snel mogelijk weg van deze venijnige plek, maar we worden verrast door dikke mist. Het is inmiddels windstil en omdat we vanwege de mist geen kant opkunnen, besluiten we  maar weer te gaan slapen. Dat lukt nu prima na alle ontberingen! Pas in de middag klaart het weer op en na onze dinghy-lijn opgehaald te hebben, die door een attente bootjesman keurig opgerold op de steiger is achtergelaten, motoren we de 10 mijl die ons van Guernsey scheidt naar Peter Port. Hier is het vreselijk druk, maar we zijn blij dat we in een veilige haven liggen en slapen die nacht als een roos.
Woensdag staat Alderney op het programma, volgens ingewijden het mooiste Kanaaleiland. Gelukkig geen mist en al om kwart over 7 ’s morgens varen we de haven van Guernsey uit. Het is een kort tochtje en om half 12 vinden we één van de laatste gele ankerboeien in de Braye Baai op Alderney. De volgende dag lopen we in bijna 4 uur het eiland rond via prachtige rotspaadjes met schitterende uitzichten. Centraal op het eiland ligt een rustig plaatsje St Anne, waar we ’s avonds op advies van de schrijver van ons Nederlandse vaarboek bij een Thais restaurant voortreffelijk eten. Vooral de “crispy duck” is heerlijk.
Na 2 dagen hebben we het eiland gezien en vangt de terugweg aan richting Cherbourg. Bij vertrek op donderdag 25 juli (Asha’s verjaardag) rond 8 uur ’s morgens is er geen vuiltje aan de lucht. Volgens berekening hebben we de snelle getijdenstroom in de “Race van Alderney” lekker mee en de wind zit in de goede hoek. Maar…………… eenmaal buitengaats belanden we in een dikke zeemist, die vanuit het niets ineens opdoemt. De zee is erg onrustig door de sterke getijdenstroom en tot overmaat van ramp blijkt ons kompas kuren te vertonen. Juist bij mist ben je hier helemaal aan overgeleverd! Bij zuidenwind lijken we bij een noordelijke kompaskoers ineens tegen de wind in te belanden. Dan klopt er toch iets niet………. Gelukkig is de storing na enkele minuten weer voorbij en later horen we van een andere Nederlander, die dezelfde problemen had, dat er op het betreffende punt soms magnetische storingen voorkomen. Moet je net hebben bij dichte mist!! Gelukkig klaart gaandeweg de mist op en komt het zonnetje door. Rob en Chris slaken een zucht van verlichting en zeilen rond het middaguur Cherbourg binnen. Het is inmiddels weer stralend weer geworden en je kunt je de narigheid onderweg al nauwelijks meer voorstellen. Om een beetje bij te komen besluiten we een extra dag in Cherbourg te blijven en zaterdag 27 juli door te varen naar St Vaast. Rob neemt de gelegenheid te baat om de plaatselijke kapper te bezoeken. De hoofdkapster moet eraan te pas komen om van het rechtopstaande stekelkopje iets fatsoenlijks te brouwen! Dit soort haar is in Frankrijk volkomen onbekend...................
                                          Dinghy wordt gereed gemaakt
                                          Redding van "schip op drift"
                                          Ankerbaai op Sark met ligplaats dinghy's bij eb
                                             Geklommen naar het hoogste punt op Sark
                                          Dinghy bij terugkomst. Bevestigingspunt lijn ver onder water
                                                        Dreigend noodweer op Sark
                                          Deze betrouwbare meerboei hield ons veilig vast
                                          Binnen- en buitenhaven van Alderney met meerboeien
                                          Kasteel tijdens onze wandeling op Alderney
Fantastische kustpaadjes
                                                        Rob met Frans kapsel maakt oesters klaar

zaterdag 20 juli 2013

Jersey

Dinsdag hangt er een forse zeemist en klinken overal om ons heen de misthoorns. Een boot Engelsen die vannacht het Kanaal is overgestoken zag geen hand voor ogen en was blij met de aanschaf van een AIS-apparaat. Hiermee kun je andere boten in je omgeving zien en bovendien aflezen hoe groot ze zijn en hoe snel ze varen. Net weer wat geavanceerder dan een simpele radar. Kapitein Rob vindt dat Nynke volgend jaar ook met AIS moet worden uitgerust en voor de verandering is Chrismatroos het hier roerend mee eens. Dat wordt dus van de winter droog brood eten! De mist die lang blijft hangen zorgt voor een dagje extra Guernsey en we vertrekken  pas woensdag naar Jersey. Dinsdagavond laat varen we bij hoog water in het donker alvast over de drempel van de haven naar buiten en leggen aan de buitensteiger aan, want het wordt een vroegertje woensdagochtend. Om half 8 vertrekken we zuidwaarts met een kalme bries, die vraagt om het  opzetten van de genaker. Dit gaat deze keer van een leien dakje en heel rustig zeilen we richting Jersey. We houden de diverse bakens goed in het oog, want het wemelt van de geniepige rotsuitsteeksels rond dit eiland. Om 1 uur varen we bij hoog water de  haven van St Helier op Jersey binnen en boeken voor 3 nachten. We liggen vlakbij het gezellige centrum van St Helier, waar we onmiddellijk een grote Marks and Spencer ontdekken met een food-afdeling waar onze Bijenkorf nog een puntje aan kan zuigen. Salades, ovenschotels, sirloin steaks, lunch-hapjes, dikke plakken bacon, fruitbekers en ga zo maar door…..
Wie zegt dat de Engelsen niet weten wat lekker eten is? Misschien toch de zo nabije Franse invloed?
Wij halen in ieder geval ons hart op en natuurlijk maakt Rob ook een keer een Real Brittish Breakfast met beans and sausages.
Jersey blijkt een fantastisch fietseiland! Over het hele eiland zijn fietsroutes uitgezet en als je het beginpunt eenmaal hebt ontdekt wijst de route zich vanzelf. Prachtige paden langs de kust, eerst laag langs de goudgele zandstranden, dan pittige klimmetjes naar het binnenland met zonovergoten dorpjes, schaduwrijke laantjes en veel natuurstenen huizen en akkers, omzoomd door muurtjes van grote keien, begroeid met ijsbloempjes in allerlei knallende kleuren. Vooral het stadje Gorey aan de westkust is een plaatje. Leuke gekleurde huizen aan een rustiek haventje waar allerlei bootjes voor anker liggen en er bovenuit torent een middeleeuwse burcht. En al die bloemen…………. onvoorstelbaar, zoveel kleuren en soorten. In 3 dagen fietsen we ruim 100 km en vallen van de ene verbazing in de andere.
Een bezienswaardigheid in het centrum van St Helier is de Victoriaanse Beresford Market, een markt met geel-wit geverfde marktkraampjes onder een hoge glasconstructie uit 1854. En wie schetst onze verbazing als we op een aanplakbiljet zien dat zaterdag 20 juli onze nationale klassieke held André Rieux hier optreedt! Kortom…….. Jersey is top!
Ondertussen waait het uit het noordoosten dat het een lieve lust is. Windkracht 5 tot 6 met toch een heerlijk zonnetje. Wel een reden voor veel boten om nog maar wat extra dagen op Jersey te blijven hangen, want op zee spookt het behoorlijk. Zondag belooft het weer rustiger te worden en willen we bij het eiland Sark, dichtbij Guernsey, een ankerbaai op zoeken voor één nacht om de volgende dag door te varen naar Alderney, het laatste Kanaaleiland.
                                          De drempel bij wegvaren Guernsey
                                          Haven van St Helier
                                                     Victoriaanse markthal
                                          Rob's Real Brittish Breakfast
                                          Gorey met snelle Jelle

maandag 15 juli 2013

Van Fruits de Mer naar Fish and Chips

Vrijdag 12 juli heeft de harde wind er eindelijk genoeg van en zwakt af tot een behoorlijke bries uit het NO, 4-5 Beaufort. We hebben St Vaast wel gezien en gooien de trossen los om de tocht naar Cherbourg te maken. We spuiten vooruit op de nog wat onrustige zee, scherp aan de wind, tot we de bocht naar het westen omvaren en onze Nynke wat rustiger komt te liggen. Na 4 uur vliegen we Cherbourg binnen, waar we meteen een mooie ligplaats krijgen op  aanwijzing van de gemotoriseerde havenboy. Na een keurige landing helpen we enkele landgenoten, die wat meer moeite met aanleggen hebben en tevreden zetten we ons aan de macaroni. Cherbourg is een stad met een indrukwekkende geschiedenis. De Zonnekoning Lodewijk XIV bouwde al forten als bolwerk tegen de oorlogszuchtige Engelsen en Napoleon deed er nog eens een schepje bovenop. Bij aankomst vanaf zee ziet het er indrukwekkend uit.  In 1944 was Cherbourg de eerste grote havenplaats die in geallieerde handen viel zodat de tijdelijke haven Arromanches overbodig werd. Wij blijven er maar 1 nachtje en varen de volgende dag door naar Guernsey. De wind is totaal gaan liggen en we houden nog maar 1 à 2 knopen over. Chrismatroos vindt het wel best, want op weg naar Guernsey wacht ons de ijselijke “Race van Alderney”. De getijdestroom tussen Cap de la Hague en Alderney is de schrik van alle zeelui en bereikt soms wel een snelheid van 5-10 knopen!! Voor je het weet ben je je doel letterlijk voorbij geschoten. Dus…….. rustig weer en goed zicht is een vereiste. Gelukkig zijn we deze keer in gezelschap van een aantal andere zeilboten, die dezelfde tocht maken, maar bij het ronden van Cape de la Hague kijkt Chrismatroos met argusogen naar de snelheidsmeter. Het valt mee vandaag! We hebben goed gerekend en passeren tijdens dood tij het kritieke punt. We nemen tijd voor een kopje koffie met een broodje en tuffen rustig richting Guernsey. Voor de haven St Peter Port is het een drukte van belang. Het is weekend en één van de eerste mooie dagen, dus alles wat vaart komt in beweging. Voor de haveningang ligt een drempel, die bij eb boven water staat. Vanaf ongeveer 2 uur vóór hoog water is de waterstand boven de drempel dusdanig hoog dat er ingevaren kan worden. We moeten dus wachten en velen met ons. In de buitenhaven varen verschillende bootjes met havenboys heen en weer om ieder een ligplaats te wijzen aan de wachtsteigers. Onze rij bevat uiteindelijk 8 boten! Als om half 9 ’s avonds het sein “veilig” gegeven wordt regelen de havenboys keurig dat ieder op zijn beurt naar binnen vaart. Een onverlaat met zo’n “gemotoriseerd strijkijzer” wil voordringen, maar krijgt ongenadig op zijn donder tot genoegen van alle keurige zeilers. Dat moeten ze in de Nederlandse sluizen ook invoeren! Temidden van al die boten ligt ook een charterboot met ogenschijnlijk Engelse hooligans die zich tijdens het wachten onder het genot van vele rumcoke’s zeer luidruchtig gedragen. Iedereen denkt: “Als die boot maar niet naast mij komt te liggen!” Je raadt het al: zij worden onze buren. Okay, niet meteen zeuren, 1 nacht voordeel van de twijfel en morgen klagen bij de havenmeester. Maar……….. het blijken hele lieve jongens, waar elke moeder trots op zou zijn. Meteen na aankomst vertrekken ze in keurig gestreken bloesjes en  korte broek naar de stad. We hebben er geen kind aan. ’s Nachts zijn ze muisstil via ons schip aan boord geklommen en de volgende ochtend staan ze al om 8 uur het dek te schrobben. Een uur later zijn ze vertrokken. Een Engelse bootbuur biedt ons zelfs zijn verontschuldigingen aan voor zijn ordinaire landgenoten, maar dat is dus echt niet nodig.
Ook wij gaan zaterdagavond St Peter Port verkennen. Je weet niet wat je ziet…… Slierten zeer hooggehakte en kortgerokte iets te vette jonge meiden zwikken over de “cobblestoned” straatjes, luid giechelend en werpen verleidelijke blikken op roodharige bier drinkende onappetijtelijke jongens in hele foute korte broeken waar witte harige benen onderuit steken. De Engelse jeugd gaat helemaal los in taxfree-paradijs Guernsey.
De overgang van Frans naar Engels is groot. Bij aankomst vallen we meteen in een echt Agatha Christie drama, want er is een auto door het hek op de haven gereden. De plaats delict wordt afgezet en een lieve jonge Bobby komt alle bootgasten vragen of ze iets gezien of gehoord hebben. Ik voel me net Miss Marple, maar heb helaas niets van het gebeuren meegekregen. Ik besluit mijn ogen de komende dagen goed de kost te geven, want wie weet kan ik nog een bijdrage leveren aan het onderzoek! Wat hier meteen opvalt zijn de prachtige bloembakken met in alle kleuren uitbundig bloeiende planten. Zelfs palmbomen kom je hier tegen. We wanen ons aan de Côte d’Azur.
Zondag is het bloedheet en doen we weinig meer dan het stadje verkennen. Na de heftige zaterdagavond is alles uitgestorven en de winkels zijn gesloten.
Maandag nemen we een dagkaart voor de bus en laten ons in 1,5 uur met lijn 91 over het eiland rijden. We zijn niet de enigen met dat plan want 20 minuten voor vertrek staat er al een rij van 50 mensen voor de halte. Gelukkig worden 2 extra bussen opgetrommeld en krijgen we een prima zitplaats. We hebben al in de gaten dat het geen eiland is om te fietsen, maar wel om te wandelen. ’s Middags rijden we met lijn 81 naar de zuidkust, waar we een prachtige wandeling hoog over de kliffen maken. Indrukwekkende rotsformaties, schitterende ankerbaaitjes, witte standen en azuurblauw glashelder water. Na 2 uur stappen we weer op de bus en laten ons naar de boot brengen. Een prachtig eiland met echte Engelse omaatjes in trevira bloemetjesjurken en strooien hoedjes, al dan niet met hondje. De mannen zijn uitgedost als een soort ontdekkingsreiziger met kaki broek, zonnepet, fototoestel en rugzak.
Morgen willen we door naar Jersey, dus dat wordt weer rekenen geblazen!
                                         De drempel voor de haveningang bij eb
                                         Drempel bijna onder water
                                            De "wachthaven"  met fort
                                          De echte haven in het stadje St Peter Port
                                          In de bus
                                                     Rob heeft zin in zo'n mooi ankerbaaitje

woensdag 10 juli 2013

Opgedockt in Sint-Vaast

Vrijdag 5 juli een lange tocht naar Dieppe vnl op de motor. We komen ’s avonds rond 8 uur aan en belanden in een groots festijn ter ere van de Tour de France. Ik vraag heel dom of les cyclistes al sont arrivés, maar het blijkt een Tour de France à la voile te zijn. Ook leuk en reden genoeg voor de fransen om er een hele kermis omheen te bouwen. We tanken de boot af en eten in een laat zonnetje temidden van het luidruchtige feestgebeuren op ons eigen achterdek. De volgende 2 dagen op het zeil door naar Fécamp en Le Havre met een uitstekende NO wind, die in de buurt van Le Havre fors aantrekt,  zodat we ineens met man en macht de genaker moeten inhalen. Deze manoeuvre gaat ff mis, want er blijft een touw hoog in de mast om de radar heenvastzitten, dus het hele zeil maar naar beneden gehaald en via een voorluik voorlopig in het vooronder gestopt. Drogen komt later wel als we veilig in Le Havre liggen. Eenmaal daar aangekomen wacht de volgende schrik. Rob controleert zijn bankrekening en ziet tot zijn starre verbazing dat in Dieppe 600 Euro is afgeschreven. Weliswaar staat erbij “reservering”, maar toch…… Het kan alleen dat tankstation bij de haven zijn, waar we met de pinpas getankt hebben. Een paniektelefoontje om half 12 ’s nachts naar de ING zorgt voor een goede nachtrust. “O, meneer, een tankstation in Frankrijk zeker! Daar krijgen we veel klachten over. Er wordt meteen een fikse som gereserveerd en 2-3 werkdagen later wordt pas het echte bedrag afgeschreven”. Mooie boel…..wat gebeurt er met al dat geld in de tussentijd??
Maandag vertrekken we met een heerlijk zonnetje uit Le Havre voor de grote oversteek naar St Vaast (in de buurt van Cherbourg), een tocht van 55 mijl dus een uurtje of 10 varen.  Net buitengaats is de wind al heel fors en we zetten meteen 2 riffen in het grootzeil. De zee is behoorlijk onrustig, dus ik ga niet lekker liggen lezen maar zit wat stijf op mijn stoel. We passeren een gebied waar veel grote zeeschepen voor anker liggen en vlak daarna verdwijnt ook het zonnetje en komt een zeemist opzetten. Truien en dikke sokken gaan aan en dan te bedenken dat de rest van Frankrijk heerlijk in de zon zit. De wind neemt toe en we halen de fok in. Vlagen tot 32 knopen komen voorbij en met ons gereefd grootzeil komen we toch flink vooruit, maar leuk is anders. Flinke golven, schuimkoppen, dwarse deining…… Zat ik maar lekker thuis voor de open haard!! We zijn zeggen en schrijven maar 1 andere boot tegengekomen, natuurlijk ook zo’n stoere Nederlander die zo nodig wil varen. ’s Middags neemt de wind iets af, maar blijft in de 5-6 Beaufort hangen. De zee kalmeert niet. Om 7 uur ’s avonds komt de haven in zicht, maar willen we er komen dan zullen we moeten lopen. Rond eb valt namelijk het hele gebied rond de haven droog en kun je er niet in of uit. Van 2 uur voor tot 3 uur na hoogwater staan de sluisdeuren open en kan je in en uitvaren. We moeten wachten tot 9 uur en gaan voor anker. Da’s makkelijker gezegd dan gedaan met wind 5-6 uit NO zonder beschutting. Gelukkig liggen er nog 3 andere bootjes voor anker te wachten en ons anker houdt zowaar al bij de eerste poging. Maar……………nog geen rust want we liggen te bonken en te klotsen op de golven. Ik kijk met argusogen of het anker het houdt, dus zit stijf van de zenuwen op mijn houten bank tot om 9 uur de sluisdeuren eindelijk opengaan. We lichten het anker en varen de haven binnen. Wat een rust!! We leggen aan in een mooie box en dan is meteen alle leed vergeten. De warme hap staat om 10 uur op tafel met een flesje wijn en we slapen heerlijk rustig want rond 2 uur ’s nachts sluiten de deuren en liggen we veilig opgedockt voor alle stormen. Ik moet er niet aan denken dat je te laat komt en de hele nacht aan een anker moet liggen schudden.
Dinsdag en woensdag blijven we lekker liggen, want de wind blijft knallen uit NO. We hebben leuke bootburen, waar we ’s avonds gezellig een wijntje mee drinken. Vanuit de haven kijken we uit over de oesterbanken die bij eb droogvallen en dan net op Indonesische sawa’s lijken. Een amfibieboot voert dagjesmensen af en aan voor een bezoekje aan de kwekerijen. Natuurlijk eten we ’s avonds een zelf samengesteld plateau fruits de mer met overheerlijke oesters uit de achtertuin.
Als uitsmijte nog een paar grappige franse namen:
Bootnaam: Libid’eau.
Schattig klein boekwinkeltje in Dieppe: Le Chat Pître.
                                          Kleine Coentjes onderweg
                                         Tour de France à la Voile
                                          Havensluizen St Vaast
                                            Haven St Vaast
                                             Amfibieboot


                                               Oester"sawa's"
Eb achter de sluis

donderdag 4 juli 2013

Forse tegenwind, dus heerlijke rust!


Het is inmiddels donderdag 4 juli en we zijn nog niet verder gekomen dan Boulogne sur Mer. Tsja, zo zit ie mee, zo zit ie tegen! De wind bedoel ik…..
Zondag 30 juni nog geen vuiltje aan de lucht. In ruim 4 uur zeilen we onder een heerlijk zonnetje naar Duinkerken. We meren af langszij een Nederlandse boot  en lopen meteen de stad in om te kijken of er nog wat proviand kan worden ingeslagen. In Frankrijk is de zondagsrust voorlopig nog heilig, want er is niets open. Dan maar lekker mossels eten in het clubhuis; voorwaar geen straf! De bootburen zijn inmiddels bezig hun grote fok te wisselen voor een kleiner exemplaar, want er wordt morgen fikse wind verwacht. Alles gebeurt met het onder bootechtparen gebruikelijke gesteggel waarbij Vrouw-matroos en Heer-kaptein het niet eens worden over het nut van deze actie. Even later is de rust weergekeerd en ligt manlief in de zon met een boekje en haakt vrouwlief een fruitmand… jawel, echt waar! De volgende ochtend blijkt de wind dermate hevig dat het hele ploegje bootburen een dagje rust neemt.
Wij sluiten ons gaarne hierbij aan en nemen eindelijk ons eerste dagje vrij.
Dinsdag 2 juli: een heugelijke dag, want Kapitein Rob viert zijn 66e verjaardag met een heerlijk ontbijtje, bestaande uit croissantjes, gekookt ei en jus d’orange (helaas niet versgeperst, maar je kan niet alles hebben). De bootburen zijn inmiddels bezig de kleine fok weer te wisselen voor de grote. Je begrijp de dialogen die dat oplevert, hihi. Het hele ploegje vertrekt richting Engeland, nadat onze buurvrouw ons nog wat folders over de Kanaaleilanden toegestopt heeft. Zij zijn vorig jaar die kant uitgevaren en zijn zeer enthousiast.
Ook wij gooien los rond 10.30 uur om de stroom zoveel mogelijk mee te hebben. Veel wind is er niet en we varen vnl op de motor richting Boulogne. Bij de haveningang van Calais is het even oppassen geblazen, want daar komt en gaat zowat elke 10 minuten een veerboot richting Dover. We laveren voorzichtig tussen de joekels door en motoren verder naar het zuiden. Tegen 5 uur komt Boulogne in zicht. Er liggen nogal wat zandbanken en scheepswrakken voor de kust, maar dankzij onze TomTom arriveren we probleemloos in L’Avant Port. Het is er veel rustiger dan vorig jaar toen we zo’n 2 weken later in juli aankwamen. Van stapelen is deze keer geen sprake, we hebben ruime keus uit vrije boxen. Rob vermaakt zich met zijn verjaardagsmails en ’s avonds eten we in het stadje bij een culinair visrestaurant. Natuurlijk voor Rob oesters en een heerlijke schotel met gegrilde vissoorten. Flesje wijn, Irish Coffee en de volgende ochtend een fikse kater. Maar ja, je wordt ook maar éénmaal sixtysix!
Woensdag is harde wind voorspeld uit de west, zodat het stuk naar Dieppe, onze volgende haven, net scherp te bezeilen valt. Met frisse tegenzin en een houten kop haalt Chrismatroos na vertrek uit Boulogne de stootwillen in en bergt alle touwen (landvasten) op. Als we de buitenpieren naderen blijkt de wind ruim in de 6 Beaufort te zitten en liggen we binnen de pieren al half ondersteboven. De golven slaan over de pieren heen en Chrismatroos zegt: We keren nu om of ik spring overboord. Gelukkig is de Kapitein deze keer voor rede vatbaar en we draaien de haven weer in, nadat Chrismatroos, jawel, alle stootwillen en touwen weer op de juiste plaatsen heeft aangebracht. Zo blijf je lekker bezig! We horen dat verschillende anderen het ook geprobeerd hebben, maar op hun vaarschreden zijn teruggekeerd. Beter ten halve gekeerd dan ten   hele vergaan luidt een bekend spreekwoord. Chrismatroos heeft heerlijk gelezen. Voor de liefhebber 2 titels: De Vergelding van mijn favoriete schrijver Jan Brokken en De pater en het meisje van Gerard van Westerloo. Aanraders!
Donderdag: Weer wind 5 tot 6 en pal tegen. Nu beslissen we vanuit onze luie stoel dat we toch nog maar een dagje wachten. Morgen draait de wind naar noordoost en dan………… wordt het genieten van voor de wind varen in een heerlijk zonnetje. Ik kan niet wachten!
Vandaag kopen we slibtongetjes aan de haven, kakelvers, en een flesje cider.