Via Ende, zo genoemd omdat dit het laatste
bolwerk was van de Portugezen voordat ze helemaal door de Hollanders uit Flores
verdreven werden en tevens de plaats waar Soekarno in ballingschap gezeten
heeft rijden we door de bergen naar de andere kant van Flores rchting het oude
vissersdorpje Riung. Onderweg maken we een strandwandeling om de turkooise
stenen te bewonderen die hier zomaar aanspoelen. Ze worden door de lokale
bevolking verzameld en vooral gebruikt als decoratie in huis en in
privé-zwembaden. Zodra ze in contact met water komen wordt de kleur
diepblauw. Als we vanuit de auto
naar het strand lopen wordt er achter ons geroepen: "Misterrrrr,
Misterrrrr............. "
De eerste impuls is altijd: gewoon doorlopen, want ze
zullen wel iets willen verkopen. Gelukkig blijven we even later toch wachten en
één van de mannen komt met iets aanlopen. Het blijkt de portemonnaie van Rob te
zijn met al zijn pasjes en geld. Die is waarschijnlijk bij het uit de
auto stappen uit zijn zak gevallen. Wat een eerlijkheid hier op Flores!! We
zijn natuurlijk dolgelukkig en na een dikke fooi en 100x terima kasih vervolgen
we onze wandeling.
In Riung logeren we bij de missiepaters. Het
huis lijkt qua opzet op het Santa Anna Hospitaal: overkapte gangen langs de
kamers en in het midden een dichtbegroeide tuin. Een heerlijk rotan zitje
buiten voor onze kamer en gelukkig airco, want het is hier bloedheet.
Elektriciteit is er alleen 's nachts, dus op rantsoen. We komen zaterdag
aan en gaan zondag de hele dag opstap met een leuke houten boot met een
tweekoppige bemanning en een schattig meisje, de dochter van de kapitein. Ook
Julius, onze gids gaat mee. Eerst kijken we naar de "vliegende
honden" die in de mangrove-bomen
aan de rand van de zee hangen te slapen. Ze worden ter vermaak van de toeristen
wreed uit hun slaap gehaald door luide kreten van de bemanning. Het is een
spectaculair gezicht om die "kalongs" in grote zwermen te zien
opvliegen. Als dit dagelijks gebeurt zullen die beesten wel sjachrijnig worden
door slaapgebrek! Daarna overboord en snorkelen. We zien koraal in de meest
schitterende kleuren: helblauw, roze, geel , wit en alle gradaties daartussen.
De vormen variëren van hertengewei en mensenhersenen tot uitwaaierende rokken
van flamengo-danseressen. Daartussen felgekleurde schelpen die zich sluiten
zodra je dichterbij komt. Tussen de wuivende grassen zwemmen rode en
geelgestreepte "Nemo" visjes en we zien 2 heel spectaculaire
exemplaren waarvan we de naam in de boeken van Machteld zullen opzoeken. Die
houden jullie tegoed! Halverwege de tocht wordt aan het strand een vis-bbq
verzorgd en we eten heerlijk geroosterde vis met groenten en rijst. Pas als wij
klaar zijn gaat de bemanning eten. That's life here. 's Avonds dineren we beide
keren in het lokale restaurant Murah Meriah, een echte aanrader als jullie ooit
naar Flores gaan.
Maandag 29 oktober via een zeer beroerde weg
al hotsend en nog net niet kotsend de bergen in. Onderweg stoppen we in het
SOA-district bij een warmwaterbron met een zeer verwaarloosd zwembad erbij. De
zwempartij laten we aan ons voorbijgaan, want de entourage ziet er niet uit en
je zal in het SOA-district maar iets oplopen in water van 40˚. Bovendien is de
achterkant van onze benen ondanks herhaaldelijk smeren bij het snorkelen toch wat
verbrand, dus al met al goede redenen om snel door te rijden. Hoe hoger we
komen hoe koeler het wordt. De bestemming is Bajawa op 1100 meter hoogte en we
logeren in hotel Happy Happy. Dit is sinds ongeveer een jaar open en opgezet
door een Nederlands echtpaar. Hij is met pensioen en zij heeft jaren
horeca-ervaring op Ameland waar ze gewoond hebben. Het is een hotel met 6
kamers, lekker overzichtelijk vindt de eigenaresse en het loopt goed. 's
Middags klinkt oerhollandse muziek door het huis en even later klettert de
regen op het dak.
Zijn we weer thuis soms??
Dinsdag 30 oktober staan 2 traditionele dorpen
op het programma en een "alleen-voor-ons-dansvoorstelling". Eigenlijk
hebben we het wel gehad met die dorpjes en in een dansvoorstelling, waarbij de
bezoekers natuurlijk moeten meedansen en wij ons dus niet achter
mede-reisgenoten kunnen verschuilen, hebben we al helemaal geen trek. Maar
wonder boven wonder wordt het een ontzettend leuke dag. We starten in het dorp
Luba en wandelen door een heerlijk koel bamboebos naar Bena. Deze dorpjes zien
er veel aardiger uit dan op Sumba en bovendien word je niet belaagd door
allerlei mensen die hun handwerkjes aan je willen verkopen. De dorpen liggen
hoog in de bergen met prachtig uitzicht tot aan de zee toe. 's Middags de
dansvoorstelling. De geplande locatie gaat niet door omdat daar iemand is
overleden, dus we wijken uit naar een dorp waar de laatste 4 jaar geen optreden
voor toeristen geweest is en dat is te merken. Het hele dorp is verkleed,
inclusief de kinderen en ze zijn zo aanstekelijk enthousiast dat we er helemaal
vrolijk van worden. Zelfs de verkleedpartij in traditionele sarong met een echt
zwaard voor Rob en en haarband voor mij is een feestje. We dansen op z'n
janboerenfluitjes mee tot grote hilariteit van de kinderen en krijgen sojamelk
en zoete aardappelen met hete kleine visjes te eten. Zowel wij als de
dorpelingen hebben een dolle middag. Tot slot gaat een halve kokosnoot met arak
(lokale jenever) rond en nadat wij een slokje genomen hebben mag iedereen
proeven. Als de kokosnoot bij een oud tandenloos vrouwtje aankomt slaat ze de
inhoud in één teug achterover. Niet getreurd, want er is een jerrycan vol
achter de hand. Behoorlijk vrolijk zoeken we Happy Happy weer op waar we op
nu.nl lezen dat het kabinet in Nederland bijna rond is.
Eind goed, al goed!
Vliegende honden oftewel kalongs
Traditioneel dorp Bena
Hotel Happy Happy
Dansers en danseressen
Schattige meiden
Het orkest
Groepsfoto met Belandas
4 stamhoofden op de foto met Ibu Chris

















































