Vrijdag 2 maart
Eindelijk telefonisch contact met Abba Dawit. Omdat de Health Post in Sakko vrijdag ivm nationale feestdag (bevrijding van Italianen in 1943) gesloten is zegt Abba toe ons vrijdagochtend te komen halen en mee te nemen naar Addo. Zuster Lourdes en Zr. Emilia zijn van plan die ochtend rond 5 uur te vertrekken richting Addis want Lourdes gaat met verlof naar India. Als ik me om half 8 meld voor het ontbijt zijn ze nog niet weg. Zoveel te regelen! Eindelijk kunnen ze gaan en we zwaaien ze uit. De auto van Abba Dawit rijdt om half 10 voor en via de gebruikelijke zandwegen hobbelen we in een half uur naar Addo. We inspecteren onze kamers: schone lakens, maar erg vieze wasbakken. Wel is er nu even stromend water en elektriciteit. Abba moet vandaag in Danka zijn en wij grijpen de kans aan om mee te rijden en persoonlijk de zusters daar te bezoeken om te overleggen of er toch verblijf te regelen valt. Danka ligt tegen Dembidolo aan en beide plekken zijn vol met lopende mensen en heel veel stof en troep. Binnen de kortste keren zijn onze broeken oranje en onze oren, ogen en haren één stoftroep. We happen, snuiten en hoesten stof. De plek van de Daughters of Charity is een oase in de woestijn. Het is schoon, mooie kamers en tv met BBC-world. We komen onverwacht, maar worden toch hartelijk welkom geheten door Zr. Chehay, een gezellige dikkerd. We krijgen een heerlijke lunch met rijst, een linzenschotel en salade. Bovendien blijkt er 1 gastenkamer vrij en voor mij een kamer bij de zusters. Wat een mazzel! Alleen hebben ze een waterprobleem, want dankzij alle gasten is de watervoorraad op en moeten ze bijkopen. Tijdens zijn vorige bezoek heeft Wouter in Dembidolo een huis gezien waar we mogelijk kunnen wonen als we hier gaan werken. Met Abba rijden we erheen en ontmoeten huisbazin Hanna. Ze komt adequaat over en spreekt prima engels. Het huis ziet er goed uit, maar is ongebruikt en vies. Als we het willen huren wordt het schoongemaakt en gemeubileerd. Er zijn 2 slaapkamers, een huiskamer, een keukentje, een klein kamertje en en overdekt buitenplaatsje. De prijs per maand is 1500 birr ( 60 euro) en Hanna kan zorgen voor een huishoudster en een guard. De huisraad, servies, pannen, lakens, dekens, kooktoestel etc moeten we zelf regelen. Terug bij de zusters ontmoeten we Zr. Felekech uit Alecu, die na een vermoeiende reis met de bus vanuit Nekemte arriveert. In haar kliniek kunnen we komende week woensdag en vrijdag terecht en de "Alecu-car" zal ons om half 9 in Danka oppikken en 's avonds weer thuisbrengen. Dat is fijn en vlot geregeld. Eindelijk iemand die in 10 minuten spijkers met koppen kan slaan. Het is inmiddels tegen 4 uur en Abba Dawit is klaar met zijn vergadering dus volgens ons kunnen we naar huis. We zijn behoorlijk gaar na een dag in die stoftroep en verlangen naar een lekkere douche. Maar eerst moet de kokkin opgehaald worden bij de schoonheidssalon. Jawel!! Ook dat schijnen ze hier te hebben. We rijden rondjes door het hele dorp, Abba maakt praatjes met iedereen, maar geen kokkie. Dan maar bellen. Ze is nog niet klaar, dus rijdt Abba naar het huis van Father Antonie Ooms, een bejaarde Lazarist die hier al 50 jaar woont. Hij is niet thuis, maar we krijgen cola van zijn hulp. Mooi om zo'n huis te zien met stoffige aftanse meubels en een boekenkast vol Nederlandse boeken, waaronder ook recente exemplaren van Coetzee en Japin. Eindelijk is kokkie klaar. Het blijkt een jonge meid, die sjachrijnig en zonder boe of bah te zeggen instapt en meerijdt. We zijn bekaf en alles meer dan zat. Wonder boven wonder is er een warme douche in het gastenhuis en na een maal van linzen, aardappelen en papaja duik ik mijn bed in. Ik slaap slecht en vraag me af of ik hier in die stoftroep tzt 5 weken wil zitten en of we hier wel zinvol werk kunnen doen. Bovendien meldt mijn mobiel dat ik bijna door mijn beltegoed heen ben, dus de moed zakt me een beetje in de schoenen. Morgen een dagje vrij om op adem te komen. Is wel nodig!
Eindelijk telefonisch contact met Abba Dawit. Omdat de Health Post in Sakko vrijdag ivm nationale feestdag (bevrijding van Italianen in 1943) gesloten is zegt Abba toe ons vrijdagochtend te komen halen en mee te nemen naar Addo. Zuster Lourdes en Zr. Emilia zijn van plan die ochtend rond 5 uur te vertrekken richting Addis want Lourdes gaat met verlof naar India. Als ik me om half 8 meld voor het ontbijt zijn ze nog niet weg. Zoveel te regelen! Eindelijk kunnen ze gaan en we zwaaien ze uit. De auto van Abba Dawit rijdt om half 10 voor en via de gebruikelijke zandwegen hobbelen we in een half uur naar Addo. We inspecteren onze kamers: schone lakens, maar erg vieze wasbakken. Wel is er nu even stromend water en elektriciteit. Abba moet vandaag in Danka zijn en wij grijpen de kans aan om mee te rijden en persoonlijk de zusters daar te bezoeken om te overleggen of er toch verblijf te regelen valt. Danka ligt tegen Dembidolo aan en beide plekken zijn vol met lopende mensen en heel veel stof en troep. Binnen de kortste keren zijn onze broeken oranje en onze oren, ogen en haren één stoftroep. We happen, snuiten en hoesten stof. De plek van de Daughters of Charity is een oase in de woestijn. Het is schoon, mooie kamers en tv met BBC-world. We komen onverwacht, maar worden toch hartelijk welkom geheten door Zr. Chehay, een gezellige dikkerd. We krijgen een heerlijke lunch met rijst, een linzenschotel en salade. Bovendien blijkt er 1 gastenkamer vrij en voor mij een kamer bij de zusters. Wat een mazzel! Alleen hebben ze een waterprobleem, want dankzij alle gasten is de watervoorraad op en moeten ze bijkopen. Tijdens zijn vorige bezoek heeft Wouter in Dembidolo een huis gezien waar we mogelijk kunnen wonen als we hier gaan werken. Met Abba rijden we erheen en ontmoeten huisbazin Hanna. Ze komt adequaat over en spreekt prima engels. Het huis ziet er goed uit, maar is ongebruikt en vies. Als we het willen huren wordt het schoongemaakt en gemeubileerd. Er zijn 2 slaapkamers, een huiskamer, een keukentje, een klein kamertje en en overdekt buitenplaatsje. De prijs per maand is 1500 birr ( 60 euro) en Hanna kan zorgen voor een huishoudster en een guard. De huisraad, servies, pannen, lakens, dekens, kooktoestel etc moeten we zelf regelen. Terug bij de zusters ontmoeten we Zr. Felekech uit Alecu, die na een vermoeiende reis met de bus vanuit Nekemte arriveert. In haar kliniek kunnen we komende week woensdag en vrijdag terecht en de "Alecu-car" zal ons om half 9 in Danka oppikken en 's avonds weer thuisbrengen. Dat is fijn en vlot geregeld. Eindelijk iemand die in 10 minuten spijkers met koppen kan slaan. Het is inmiddels tegen 4 uur en Abba Dawit is klaar met zijn vergadering dus volgens ons kunnen we naar huis. We zijn behoorlijk gaar na een dag in die stoftroep en verlangen naar een lekkere douche. Maar eerst moet de kokkin opgehaald worden bij de schoonheidssalon. Jawel!! Ook dat schijnen ze hier te hebben. We rijden rondjes door het hele dorp, Abba maakt praatjes met iedereen, maar geen kokkie. Dan maar bellen. Ze is nog niet klaar, dus rijdt Abba naar het huis van Father Antonie Ooms, een bejaarde Lazarist die hier al 50 jaar woont. Hij is niet thuis, maar we krijgen cola van zijn hulp. Mooi om zo'n huis te zien met stoffige aftanse meubels en een boekenkast vol Nederlandse boeken, waaronder ook recente exemplaren van Coetzee en Japin. Eindelijk is kokkie klaar. Het blijkt een jonge meid, die sjachrijnig en zonder boe of bah te zeggen instapt en meerijdt. We zijn bekaf en alles meer dan zat. Wonder boven wonder is er een warme douche in het gastenhuis en na een maal van linzen, aardappelen en papaja duik ik mijn bed in. Ik slaap slecht en vraag me af of ik hier in die stoftroep tzt 5 weken wil zitten en of we hier wel zinvol werk kunnen doen. Bovendien meldt mijn mobiel dat ik bijna door mijn beltegoed heen ben, dus de moed zakt me een beetje in de schoenen. Morgen een dagje vrij om op adem te komen. Is wel nodig!
Mijn kamer
De apen lopen over het dak
Hoi Chris, een dappere expeditie, wie volgt ???
BeantwoordenVerwijderenBlij dat je weer veilig en gezond terug bent. Ruud